Oudercommissie


Algemeen

 

De houder van een kindercentrum stelt voor elk door hem geëxploiteerd kindercentrum een commissie in die tot taak heeft hem te adviseren over de aangelegenheden. Een oudercommissie bestaat uit een aantal ouders van de opvang. Zij behartigen de belangen van alle ouders van de kinderen op de opvang. De belangrijkste verantwoordelijkheid van de oudercommissie is om de kwaliteit van de opvang te bewaken en te bevorderen door gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan de directie van de opvang. Er wordt voor de oudercommissie een reglement vastgesteld.

 

Reglement

 

Lid 1.

De oudercommissie bestaat ten minste uit 3 leden. zijnde 1 ouder van een kind opgevangen op de verticale groep 0-4 jaar en 2 ouders van een kind opgevangen op de verticale groep van 4-12 jaar.

 

Lid 2.
De leden van de oudercommissie worden gekozen uit degenen wier kinderen bij WelterKuil worden opgevangen.

 

Lid 3.
Personen werkzaam bij WelterKuil zijn geen lid van de oudercommissie van de betreffende locatie.

 

Lid 4.
De oudercommissie bepaalt haar eigen werkwijze.

 

Lid 5.
De leden van de oudercommissie worden gekozen uit de aanmeldingen die bij de oudercommissie binnenkomen nadat er door de oudercommissie een oproep voor een nieuw lid naar buiten is gebracht. Vervolgens wordt een nieuw lid door meerderheid van stemmen door de oudercommissie gekozen. Bij gelijk aantal stemmen volgt een hertelling. Indien de stemmen opnieuw staken, wordt de kandidatuur niet gehonoreerd.

 

Lid 6.
De zittingsduur van elk lid van de oudercommissie is maximaal 3 jaar. Daarna kan elk lid voor telkens een periode van één jaar worden herkozen, net zolang tot zijn/haar kinderen op de naschoolse opvang worden opgevangen.

 

Lid 7.
De oudercommissie beslist bij meerderheid van stemmen.

 

Lid 8.
Wijziging van het oudercommissie reglement behoeft instemming van de oudercommissie.

 

Lid 9.
De houder stelt de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot:

 

A. Artikel 50 Wet Kinderopvang
De houder van een kindercentrum organiseert de kinderopvang op zodanige wijze, voorziet het kindercentrum zowel kwalitatief, als kwantitatief zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, en voert een zodanig pedagogisch beleid dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde kinderopvang. Ter uitvoering van de eerste volzin besteedt de houder in ieder geval aantoonbaar aandacht aan het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie, de groepsgrootte, de opleidingseisen van de beroepskrachten en de voorwaarden waaronder en de mate waarin beroepskrachten in opleiding kunnen worden belast met de verzorging en opvang van kinderen.
Personen werkzaam bij een kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de wet justitiële gegevens.
De verklaring, bedoeld in de vorige alinea, wordt aan de houder overlegd, voordat een persoon als bedoeld in de vorige alinea zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij wordt overlegd, niet ouder dan twee maanden.
Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs mag vermoeden dat een persoon als bedoeld in de tweede alinea niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon legt de verklaring over binnen een door de houder vast te stellen termijn.

 

B. Voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid.

 

C. Openingstijden.

 

D. Het beleid met betrekking tot spel- en ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van de kinderen.

 

E. De vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten.

 

F. Wijziging van de prijs van kinderopvang.

 

Lid 10.
Van een advies kan een houder slechts afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet.

 

Lid 11.
De oudercommissie is bevoegd de houder ook ongevraagd te adviseren over de onderwerpen, genoemd in lid 9.

 

Lid 12.
De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

 

Leden oudercommissie WelterKuil


Celine Laumann       mavandereerden@home.nl
Patricia Hofman       patricia.hofman01@gmail.com
Joan Ruijters         joanapone@gmail.com

Rick van der Kraan
Hanneke de Ruijter